Tijdens die zomer komen in Molveno 4 groepen Duitse en Engelse “Heren” aan met als doel de Brenta Dolomieten te doorkruisen. Vanaf dat moment komen er steeds meer alpinisten: Engelsen, Duitsers en Italianen beginnen de bergen rondom Molveno te onderzoeken. In 1865 bereikt John Ball als tweede de Cima Tosa. Tijdens deze jaren komen er alpinisten zoals: Freshfield, Tuckett, Ball en vele anderen.
De brand in Molveno is rond 15.00 uur op 5 september begonnen en verwoest en verandert het dorp Molveno voor de tweede keer, na de laaiende vuurzee van 1791. De journalist Recatosi schrijft op 6 september: De brand ontwikkelde zich zo bliksemsnel dat de persoon die de brand als eerste ontdekte, bijna geen weerstand meer kon bieden tegen de oplaaiende vlammen, terwijl hij op het punt stond de deur uit te gaan om alarm te slaan. Molveno was een aaneenschakeling van groepen huizen, die met elkaar verbonden waren door zulke smalle steegjes dat de daken van de huizen op sommige punten elkaar raakten. In minder dan een half uur stonden alle daken van de centraal gelegen woningen in vuur en vlam, stortten in met een angstaanjagend lawaai, joegen dikke rookwolken omhoog en vonkenregens, die op hun beurt steeds verderop andere branden veroorzaakten. Het aantal verwoeste huizen was ongeveer zestig, meer dan 100 families van de
150 werden dakloos, verloren de hele inboedel en wat nog erger was, de hele voorraad veevoer die met zoveel moeite in de hooischuren verzameld was, ging verloren. De schadeberekening bedroeg 3 miljoen lires en de verzekeringen keerden niet meer dan 200.000 lires uit.
Begin 1900 gaat er een nieuwe fase in voor het toerisme in Molveno. Er werden nieuwe huizen gebouwd, hetgeen een impuls gaf aan de economische ontwikkeling, maar ook de mentaliteit verandert. De boerenbevolking veranderde en men werd berggids, hoteleigenaar, ober, kok of winkelier. Bepalend
hiervoor was de aanwezigheid van twee personen die vooruit konden kijken in de toekomst: Osvaldo Orsi, een gepassioneerd alpinist, en Attilio Bettega, vernieuwer van toerisme en gastvrijheid. Eind 1800 is Molveno het belangrijkste vertrekpunt voor alpinisten die op avontuur gingen naar de toppen van de
Brenta via het dal Val delle Seghe. Naar Molveno kwamen personages zoals bijvoorbeeld Koning Albert I van België en zijn zoon Leopold III met koningin Astrid. Er kwamen gasten uit heel Europa: uit Londen, Wenen, Praag en Brussel. Bij het Grand Hotel logeerden de artiesten van de Weense opera. Andere illustere gasten waren Umberto Nobile in 1926, Guglielmo Marconi in 1930, de Engelse eerste minister Chamberlain in 1931. De wielrenner Learco Guerra in 1935. Tijdens deze jaren werden meer historische hotels geopend en werd ook het eerste zwembad gebouwd tussen de beek en de oever van het Molvenomeer.
In het geheel van economische bronnen die in Molveno en omgeving beschikbaar waren, is vooral de bosbouw en de houthandel belangrijk. Hierdoor , in tegenstelling tot het verbouwen van landbouwprodukten, ontstaat een commerciele samenwerking met het gebied Padana-Veneto met als gevolg dat er in Molveno na 1590 de eerste houtzagerij wordt gebouwd. Kenmerkend is het feit dat deze houtzagerij werd gebouwd door een Venetiaan, Don Antonio Tajalacqua, die als kapelaan in Molveno terecht gekomen is. Er waren in totaal 5 houtzagerijen in Molveno: SegaTajalacqua, Sega Donina, Sega Massenza, Sega Meneghina en Sega Giandrona. De opbrengsten van de bosbouw waren echter niet de nige inkomsten van de bevolking voor de komst van het toerisme. Een groot deel van de bevolking is in feite bezig met andere aktiviteiten die te maken hebben met landbouw en veeteelt maar die niet voldoende waren om in hun onderhoud te voorzien. In Molveno en omgeving waren er twee kaasmakerijen in de stallen, die in de weilanden stonden waar het vee graasde, met de mogelijkheid plaatselijk kaas te produceren.
In 1914 komt men op het idee op grote schaal het water van het bekken van de Sarca te exploiteren. Uit talrijke projekten werd het voorstel van Ing. Stolcis gekozen, die in 1925 het plan had uitgewerkt om de aftakking van de hooggelegen stroom van de Sarca terecht te laten komen in het meer van Molveno. Deze
oplossing van het projekt bleek, ondanks de enorme hoeveelheid werk, meteen de meest doeltreffende en ook de meest voordelige voor het bestemmingsplan te zijn, zowel uit economisch oogpunt als ook voor de meest volledige waterwinning. De werkzaamheden in Molveno zouden meer dan vijf jaar duren van 1948
tot 1953 en er waren meer dan 8000 arbeiders tegelijk aan het werk. Het werk eiste ook een hoge tol: er vielen bijna 50 doden bij de constructie van het gehele aftakkingssysteem van het water.Om de werkzaamheden te voltooien werd er een tunnel van 25,2 km dwars door de Brenta Dolomieten gebouwd
die uitkwam in het meer van Molveno. Om het water van het bekken van Molveno naar de centrale van Santa Massenza te laten stromen werd een tunnel gebouwd van ongeveer 5 km door de Monte Gaza en aan het einde van de tunnel werden twee extra zware 85% steile leidingen gebouwd met een
hoogteverschil van 487 m. Het leegmaken van het Molvenomeer heeft de resten van een overstroomd woud aan het licht gebracht, en door radiocarbonium-onderzoek heeft men het ontstaan van het natuurlijke bekken van Molveno terug kunnen voeren tot 1000 voor Chr.
Tot aan de jaren 50 heeft Molveno een gemengde economie: het merendeel van de families leeft van de landbouw, de veeteelt en van de houthandel, maar men begint steeds meer waarde te hechten aan de nieuwe mogelijkheden van het toerisme als middel van bestaan. De hotels, ontstaan in de jaren 1920, 1930,
hielden aanvankelijk nog de groentetuin en het kippenhok aan. Men was zodoende in staat gedeeltelijk aan de behoefte te voldoen van het huis, dat hotel geworden was, door de gasten groenten, aardappelen, eieren, kaas van de eigen koeien, vlees en worst aan te bieden, allemaal huisprodukten uit Molveno. Met
het begin van de Tweede Wereldoorlog stond het proces van de toeristische ontwikkeling tijdelijke stil. Het dorp maakte een moeilijke periode door en verschillende hotels werden gebruikt als onderkomen voor de Italiaans -Duitse troepen. Vanaf 1950 was er een herstel dankzij de wederopbouw die in heel Europa op gang kwam. Men richtte zich op de toekomst. Wie kon er aan de vakantiegangers een kamer ter beschikking stellen? Heel vaak verlieten de families van Molveno hun eigen woning om die te kunnen verhuren aan vakantiegangers. Dit voorbeeld werd door een steeds groter aantal families opgevolgd zodat
het toerisme een steeds belangrijkere bron van inkomsten werd. Zo ontstonden er verschillende kleine en hele kleine hotels onder familieleiding, die de landbouwbedrijfjes van voorheen vervingen. Tussen de jaren 50 en 60 verandert het aanzicht van Molveno radicaal: De werkzaamheden om het meer te veranderen kunnen beginnen.
ALPOTEL VENEZIA S.a.s. di Donini Paolo
IVA: 01008930222
Via Nazionale, 10
38018 Molveno (TN)